Lieve aankomende studenten! De CoCo heeft mij gevraagd jullie wat te vertellen over mijn leven als sjaars bij de tent, dus daar gaan we dan. Mijn naam is Mies, ik ben 18 jaar en eerstejaars bij Minerva.

Mijn dag begint (dit was voor de algehele corona malaise) met een motiverende toespraak aan mezelf om dan toch echt naar studie te gaan, ik ben absoluut geen ochtendmens.


 Mijn huisgenoot komt binnen en vraagt of ik nog mee kan ontbijten, we ontbijten vandaag culinair met een cracker smeerkaas. Nadat ik mezelf, en de ziel onder m’n arm, onder de douche heb gezet, me heb verkleed en snelwandel naar studie, kom ik aan in de werkgroep. Ik studeer Geschiedenis, dus praat ik in mijn werkgroep van 9 uur ‘s ochtends met mijn haar nog nat over een een-of-andere staf van een heilige in de Oudheid (vind het verder oprecht een leuke studie, op zulke momenten wat minder).

Mijn huisgenoot komt binnen en vraagt of ik nog mee kan ontbijten, we ontbijten vandaag culinair met een cracker smeerkaas. Nadat ik mezelf, en de ziel onder m’n arm, onder de douche heb gezet, me heb verkleed en snelwandel naar studie, kom ik aan in de werkgroep. Ik studeer Geschiedenis, dus praat ik in mijn werkgroep van 9 uur ‘s ochtends met mijn haar nog nat over een een-of-andere staf van een heilige in de Oudheid (vind het verder oprecht een leuke studie, op zulke momenten wat minder). Wanneer ik de werkgroep heb overleefd vraag ik in de club- of huisapp of er mensen zijn die misschien ook een kroket willen luchen in het Lipsius (mijn faculteit, zit een soort kantine in). De verhalen van de avond van de dag ervoor vliegen me om de oren, heerlijk. Wanneer mijn tweede werkgroep voorbij is en de studiedag erop zit sta ik te springen om weer naar huis te gaan, waar ik een paar huisgenoten in de fusie aantref, kijkend naar een kwalitatief hoogstaand programma als Ex on the Beach. Ik schuif gelukkig aan, er komen steeds meer huisgenoten binnen. M’n ouderejaars hint na een tijdje dat de vuilniszakken wel heel vol zitten, tijd voor onze huistaken. Samen met m’n jaargenoot en onze geliefde kar vol met zooi praten we bij over wat er is gebeurd in de zes lange uren dat we elkaar niet hebben gezien. Nadat we met tien pakken wc-rollen, netten uien en kratten hebben ingeruimd is het alweer tijd voor clubeten (iedere woensdag) op de sociëteit, we moeten haasten. Tentlaarzen aan en goan.

Op de sociëteit is het al druk en met m’n hele jaarclub bij elkaar wordt nog drukker. Het geluidsniveau gaat een decibel omhoog aan tafel, er worden al kannen drank gehaald op de clubpas en de laatste clubgenoten schuiven aan. De avond vordert en er worden meer kannen gehaald. Mensen die ik nooit eerder sprak worden mijn beste vrienden, ik speel spellen en zing zaalliedjes.

Juist in deze tijd mis ik alles enorm, de Zoomsessies, het (sn)appen en op afstand koffietjes met club- en jaargenoten zijn lang niet zo fijn als het daadwerkelijk met z’n allen bij elkaar zijn.

Aan de andere kant is dit het moment voor qualitytime (lees: kamers ombouwen tot de tent, nog maar een keer oud en nieuw vieren en nog meer gare programma’s kijken) met het huis, ook best wel heel gezellig. Meer tijd om uitgebreid te borrelen en koken, bij gebrek aan kapper elkaars haren knippen, wandelen en kijken wat er buiten de singels te zien is, elkaars kasten uit te ruimen en verkleedpartijtjes. Daarnaast opeens zeeën van tijd voor studie, dus is de fusie overdag de UB (net zoveel koffiepauzes) en zien we met de online werkgroepen dan opeens elkaars studiegenoten.

Juist in deze tijd ben ik ook blij dat ik heb gekozen lid te worden, want met zo’n grote sociale kring is zelfs de quarantaine niet saai.
Voor nu wil ik je meegeven: blijf nog even binnen, ik hoop je snel te zien op de sociëteit!